Het huwelijk dat nooit plaatsvond
Kaat schreef vandaag over haar eerste vriendje. Dat deed me weer even terugdenken aan mijn eerste ervaringen op het pad der liefde (dat niet over rozen ging). Mijn eerste vriendje had ik toen ik 6 was, J. mijn buurjongen. J. en zijn twee broertjes woonden rechts naast ons en waren in leeftijd precies even oud als mijn zusjes en ik. Zij drie jongetjes, wij drie meisjes.
Op een dag in de zomer waren wij kinderen aan het spelen op en rond de schommel bij ons achter terwijl onze vaders het gras maaiden en andere klusjes deden in de tuin. J. en ik bespraken de toekomst en we besloten te trouwen. Wat ligt meer voor de hand dan dat? Je woont toch al naast elkaar, je speelt graag samen en bovendien kon dan mijn zusje W. met zijn broertje G. trouwen en mijn jongste zusje A. met de kleine N. Zo konden we dan allemaal ook gewoon blijven wonen waar we nu woonden, hadden we onze ouders ook bij de hand en werd het allemaal erg gezellig. We waren aan het overleggen hoe we de grote dag zouden inrichten en ik droomde al over grote wolken witte tule waarin ik mij zou hullen, toen J. zei even naar huis te willen omdat hij naar de WC moest. Daar had J. vol geestdrift over het op handen zijnde huwelijk aan zijn moeder verteld toen die voor een grote domper op de feestvreugde zorgde. Ik hoorde dat toen J. huilend terugkwam naar de tuin en mij met ogen rood van tranen meedeelde dat het huwelijk niet door kon gaan. Hij was namelijk katholiek en ik was een ketter (hervormd dus niet-katholiek) en van een dergelijke verbintenis kon geen sprake zijn. Onze vaders zagen het drama van achter uit de tuin, keken elkaar aan met een blik van verstandhouding en besloten in die split second stilzwijgend zich er niet mee te bemoeien. Ik zag echter mijn toekomst en vooral mijn bruidsjurk in het water vallen en liep ook huilend naar mijn moeder. Mijn moeder troostte mij en stoof toen mijn tranen enigszins gedroogd waren op hoge poten naar de buurvrouw.
Wat daar tussen die vrouwen is besproken dat weet ik niet. Wel weet ik dat het tussen mijn moeder en de buurvrouw nooit meer echt goed is gekomen. Ze bleven ijzig beleefd tegen elkaar maar dat was alleen omdat mijn vader en de buurman best een amicale verhouding hadden en wij - ondanks het afgeblazen huwelijk - nog steeds graag met de buurjongens speelden. Over een trouwpartij werd na die fatale dag door niemand meer gesproken, we hielden het op dat punt allemaal voor gezien.


He Mieke, wat een geweldig verhaal. Ik heb hier heerlijk zitten glimlachen.